Hoe werkt het?

Het Twents model is een middel, geen doel ansich. De uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het Twents model zijn leidend in de dagelijkse praktijk. 

1 gezin 1 plan 1 regisseur
We creëren ruimte voor de professional bij het resultaatgericht werken
De Twentse gemeenten kiezen er voor de voorzieningen vraaggericht te maken en het resultaat voorop te stellen. In deze vernieuwing blijft de inwoner vanuit zijn regierol centraal staan en wordt ondersteuningsbehoefte het centrale begrip.
Hierbij is de gemeente vanuit haar regierol met de inwoner en aanbieder verantwoordelijk om binnen het plan de behoefte en het gewenste resultaat (Het ‘Wat’) te formuleren. De aanbieder is verantwoordelijk om in afstemming met inwoners en gemeente de inzet te bepalen opdat het resultaat wordt behaald. Zorgaanbieders krijgen de vrijheid om (binnen bepaalde kaders) in samenspraak met de inwoner de daadwerkelijke hulp en ondersteuning binnen een zorg- en ondersteuningsbehoefte in te vullen (Het ‘Hoe’). Op deze manier is het mogelijk het integrale plan en de uitvoering te combineren zonder de belemmering van producten die niet altijd passend zijn bij de situatie van een gezin.

Twentse gemeenten willen de inwoner met zijn talenten en krachten centraal stellen en samen met de inwoner kijken welke ondersteuning nodig is. Door in clustering van producten te blijven denken, staat niet het resultaat voorop, meer het product. Het product denken laten we daarom achter ons en in het Twents Model is met de onderdelen Ondersteuningsbehoeften, Modules en beschikbaarheidsvoorzieningen een model ontworpen dat voldoet aan dit uitgangspunt. 
Er ontstaat vrijheid, voor de toegangsmedewerker en zorgaanbieder, om een plan integraal uit te voeren. Daarbij is het de verwachting dat het leidt tot een efficiëntere inzet van zorgmiddelen omdat zorgaanbieders niet langer hoeven te wachten totdat producten geïndiceerd zijn, maar kan kiezen voor die interventies die het best passen bij de situatie van de inwoners. 

Er wordt gekozen voor een brede integrale insteek voor de Jeugdwet en Wmo 2015, waarbij we ook kijken naar andere ontwikkelingen zoals onderwijs en participatie.
Naast de Jeugdwet en Wmo 2015 zijn Passend Onderwijs en Participatiewet belangrijke ontwikkelingen binnen het Sociaal Domein. Eerder was de inkoop nog altijd met name sectoraal georganiseerd binnen de oude wetten. Door in de nieuwe inkoop resultaatgericht te werken en te clusteren, wordt automatisch ontschot en is het mogelijk de doelen/resultaten die aansluiten bij de ondersteuningsbehoefte te realiseren. 

Daarmee wordt hulp in een gezin niet langer per sé afhankelijk van een eventuele beperking of aandoening van een kind, maar zich ook kan richten op de ouder(s). Als de gemeente in samenspraak met de inwoner en aanbieder de ondersteuningsbehoefte vaststelt, kan de gemeente in het integrale plan ook resultaten benoemen die aansluiten op Passend Onderwijs en de Participatiewet. De aanbieder kan in die gevallen dan bijvoorbeeld ook een coördinerende rol krijgen bij de afstemming met scholen, jobcoaches, schuldhulpverleners, etc. Er moet de mogelijkheid zijn om flexibel in te spelen op vragen op het snijvlak van Jeugdwet en Wmo enerzijds en passend onderwijs, ZVW en Wlz anderzijds. 

Eigen kracht (inzet omgeving en lokale algemene voorzieningen)
Voorzieningen zetten inwoners meer in de eigen kracht en werken mee aan normaliseren. Bij het resultaatgericht wordt als voorwaarde gesteld richting aanbieders dat zij inwoners nadrukkelijk betrekken bij het invulling geven aan de ondersteuningsbehoefte. Hiermee willen we de eigen kracht en regierol van de inwoner versterken. In vergelijking met voorgaande inkooptrajecten krijgt het versterken van de eigen kracht van de inwoners en het normaliseren van de situatie in het huishouden meer aandacht. Dat komt onder andere naar voren in de beschrijving van de “ondersteuningsbehoeften”. Bij het beschrijven van de resultaten kan de gemeente het versterken van de eigen kracht (of het eigen netwerk) benoemen als een van de te halen doelen.

Keuzevrijheid voor de cliënt
Inwoners worden beter gefaciliteerd in hun keuzevrijheid
Bij de regionale inkoop heeft de keuzevrijheid van de inwoner altijd centraal gestaan. Het is belangrijk dat de inwoner waar mogelijk kan kiezen voor ondersteuning en ondersteuners die bij hem passen. Als gevolg daarvan kan een groot aanbod ontstaan. Het faciliteren van inwoners bij het  keuzeproces is belangrijk. Twentse gemeenten willen dat aanpakken door informatie over aanbieders meer inzichtelijk te laten maken, denk aan specialisatie, werkgebied en beoordelingen/geboekte resultaten. We versterken de keuzevrijheid van de inwoners dus door hen een sterkere positie te geven bij de keuze voor een aanbieder.

Lokaal wat lokaal kan
Inkoop is faciliterend aan lokale transformatie
Gemeenten blijven ook de komende jaren hun werkwijze in het sociaal domein verder
ontwikkelen. Denk hierbij aan aanpassingen binnen de toegang en het lokale voorveld. Dat doen gemeenten door werkwijzen aan te passen, pilots te starten, etc. Aan deze ontwikkeling wordt  bij deze inkoop zo veel ruimte geboden als mogelijk is. Zo kan het voorkomen dat in gemeenten bepaalde vormen van geïndiceerde ondersteuning veel minder worden toegewezen omdat er lokale initiatieven met inwoners ontstaan of alternatieven voor de huidige geïndiceerde ondersteuning. Op die manier – en met het vasthouden aan raamovereenkomsten – houden gemeente de ruimte lokaal te doen wat zij nodig vinden. Gemeenten willen met de integrale inkoop Jeugd en Wmo verder lokaal vorm aan de transformatie blijven geven.

Ondersteuning zo dichtbij als mogelijk
Met nieuwe ondersteuningsvormen en nieuwe combinaties beter aansluiten op de leefwereld
van inwoners In voorgaande inkooptrajecten zijn met name voorzieningen ingekocht die in de periode voor de transities ook werden ingekocht. In dit inkooptraject wordt gekozen voor resultaatgericht werken. Daarbij hebben aanbieders de ruimte nieuwe ondersteuningsvormen en combinaties in te zetten, en proberen zwaardere en intramurale vormen van ondersteuning in samenspraak met de inwoner “af te schalen” naar ondersteuningsvormen die meer uitgaan van de eigen kracht en de wens om in de nabijheid ondersteuning te bieden. Het moet mogelijk zijn om flexibel maatwerk te bieden en dat er doorontwikkelmogelijkheden zijn voor nieuwe ondersteuningsvormen.

Door resultaatgericht te werken wordt de mogelijkheid geboden om te werken met ondersteuning op afstand (of andere digitale oplossingen), zodat inwoners met flexibele ondersteuning thuis kunnen blijven wonen. Op deze manier wordt gefaciliteerd dat het mogelijk is ondersteuning dichter bij de woonomgeving van de inwoner te organiseren. 

Twentse gemeenten willen de inkoop breed toegankelijk laten zijn dus ook bereikbaar en toegankelijk voor kleine, lokaal werkende zorgaanbieders. Voor inwoners en de toegang moet inzichtelijk zijn welke organisaties bij hen in de omgeving werken. Verder moet er ruimte zijn voor nieuwe partijen om  tijdens de looptijd van het contract toetreden. Daarmee wordt ook bereikt dat de ondersteuning zo dicht mogelijk is. Aanbieders kunnen bij inschrijving aangeven in welke  gemeenten zij zorg willen leveren.